maandag 22 februari 2010





















Van Nelson naar Napier

Het zuidelijk eiland heeft ons op zijn meest charmante manier uitgewuifd: met een openluchtconcert onder de blauwste hemel die het kon produceren. Dat concert kwam van een volledig orkest krekels langs de Queen Charlotte Drive, een schilderachtige (griezelig bochtige) weg langs een landschap met mini-eilandjes, helemaal door het water ingesneden.
We waren ruim op tijd in Picton voor de ovetocht naar Wellington op het noordereiland, maar eerst moesten we nog onze auto terug inleveren (wat ook betekende dat alle rommel die we twee weken verzameld hadden, moesten zien kwijt te raken, of in de valiezen en rugzakken te proppen – voorwaar een opgave!)

Na de paradijselijke weken in het zuiden was Wellington een cultuurshock: verkeerslichten aan de lopende band, massa’s toeterende auto’s (naar onze twijfelende zilvergrijze, gesofisticeerde Mazda die we nog niet onder de knie hadden), en veeeeeeeeeeeeeeel huizen in een langgerekte reeks slaapstadjes. Op de weg naar onze B&B vond ik het maar aangebrand ruiken: bleek dat een of andere brandstichter van 14 jaar een stuk bomen in de heuvels in de fik had gestoken.

Aangezien we ook nog eens onze culturele bagage dienden bij te spijkeren, zijn we in Wellington naar het Te Papa Museum getrokken: een wonderbaarlijk museum in een futuristisch gebouw, waar we naadloos van de ene collectie in de andere overstapten: van voorgeschiedenis van de aarde over de natuurlijke fenomenen naar de geschiedenis van Nieuw-Zeeland. We stapten in een huisje dat door een aardbeving geteisterd werd, en waar we goed door elkaar geschud werden, en vandaar in een simulatie van een onderzeeboot die ons naar een onderzeevulkanen bracht (en ook goed door elkaar schudde – remember het ruimteschip in Disney?) . De tentoonstelling over de ‘kolonistaie’ van Nieuw-Zeeland door Maori’s en Europeanen liet ons pijnlijk zien hoe het land door de ‘beschaving’ werd ingenomen: bossen werden massaal afgebrand, nieuwe dieren en planten werden ingevoerd die de oude dieren en vegetatie bleken te verdringen. Momenteel is NZ hard aan het werk om te redden wat er te redden valt, o.a. door lang geleden ingevoerde dieren (possums, bijv) te verdelgen om de inheemse soorten weer adem te geven.

Op de weg van Wellington naar Napier leek het alsof het heimwee van de Europese kolonisten vaste vorm had gekregen. Zo strandden we bijv. In Dannevirke, dat blijkbaar zo Deens mogelijk wou blijven; daar vertaalde de erfenis van vroegere tijden zich in een hele resem ‘antiek’winkeltjes (waar ze dingen verkopen die wij vooral op de rommelmarkt vinden, en af en toe een authentiek stuk dat meer dan 100 jaar oud is).
In Norsewood, gesticht door ene Johanna, hebben ze een stavkirke, een Norskeskogen skole, een trollenmuseum en zelfs een wolfabriek die zichzelf Norsewear noemt en de Noorse wolproducten produceert. Dat interesseerde ons natuurlijk uitermate, omdat we hoopten daar een Noorse muts met oorlappen te vinden. Er waren wel degelijk mutsen, maar bij navraag ‘had men nog de Noorse mutsenstijl niet in de collectie opgenomen’, en qua pullovers was er maar één die Noorse breimotieven had. Maar ze zeiden dat ik ze op een idee gebracht had.
Dus als één van jullie ooit in Norsewood voorbijkomt en bij Norsewear binnenloopt, kijk dan eens of je wat meer van het authentieke Noorwegen terugvindt!!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten