zaterdag 13 februari 2010


Queenstown en omstreken

Valt het niet op dat ik nog niet over het weer heb gezeurd? Dat is doordat de regen op de juiste ogenblikken in bakken naar beneden komt, nl. ’s nachts. Toen we vanmorgen naar buiten keken, was alles goed nat, maar we zagen al een streepnje blauw aan de hemel. Onze 175 km van vandaag reden we door een druilerig weertje, met het gevolg dat het landschap zijn kleur verliest (letterlijk!). Maat jawel, hoor, net toen we ongeveer in Queenstown waren, brak de zon helemaal door.
Eigenlijk hadden we ons voorgenomen om vandaag een rustdag te nemen. Maar dat hebben we dus niet gedaan, omdat het perfect wandelweer was. Op een reisgids lazen we dat er een boeiende ‘heuvel’wandeling was, de Queenstown Hill Walkway , die een 360 ° zicht op de stad gaf. Wij daar nietsvermoedend naartoe: een paar uur langs de heuveltop wandelen zagen we wel zitten. Met de auto tot aan de start ‘geklommen’ en daar geparkeerd. En dan zouden we even een gezondheidswandelingetje doen... Maar dat was buiten de heuvel gerekend. Heuvel betekende hier echt wel HEUVEL. En dat waren op momenten hellingen van 10%, waarvan wij telkens weer dachten dat ze bij de volgende bocht in rustige paadjes zouden overgaan. Vergeet het maar. Bij het einde bleken we 400 meter geklommen te hebben – en dan hadden we op 100 meter voor de top zelfs forfait gegeven – we zijn tenslotte geen 20 jaar meer, he...
Maar ik moet zeggen: het uitzicht was de moeite waard, en de basket of dreams (foto) hebben we meteen met dromen gevuld!.
Voor de rest van de tijd hebben we wat in Queenstown rondgekuierd, Starbucks koffietje/chocolade gedronken, de shops afgelopen, wat bij het meer gezeten, en zo. En met grote bewondering gekeken naar al die fitte jongelui die zich inschreven voor bungeejumpen, paardrijden, mountainbiken, wildwatervaren, paragliden, en nog veel andere wilde en (naar mijn gevoel) gevaarlijke dingen. Toen we van de berg afdaalden, zagen we een stoeltjeslift naar boven gaan en met mijn hoogtevrees kreg ik onmiddellijk al kippenvel, wat Donald kwajongensachtig onmiddellijk liet beslissen: dat doen we morgen zeker. Tja...

Die stoeltjeslift hebben we uiteidelijk niet gedaan. We zijn een 50-tal km richting Glenorchy gereden, en vandaar naar ‘Isengard’. In een bos daar vlabij hebben we ons wandelingetje gedaan, en na een verplichte stop bij de winkeltjes (waar ik een pull veroverd heb, en Donald een possumstaart), zijn we naar de pleisterplaats teruggereden. ‘Possumstaart’ zul je zeggen, is dat eetbaar? Nee, dat is niet eetbaar, tenminste dat denk ik niet. Possums zijn wezelachtige diertjes met een héééél zachte pels, geïmporteerd uit Australië, maar met de slechte gewoonte om zich driftig voort te planten en veel te veel van Nieuw-Zeelands groen op te vreten. Er zitten hier al 70 miljoen exemplaren van, en men wil ze uitroeien. Eigenlijk zou men hier ecologisch correct zijn, als iedereen een pelsen possumjas ging dragen, want dan waren die beesten sneller geëlimineerd.

Als het ons lukt, gaan we morgen eens spieken bij het bungeejumpen, want die waaghalzerij wil ik wel eens van dichtbij zien!!!! En ondertussen drinken we een Nieuw-Zeelands biertje om in de sfeer te komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten