maandag 8 maart 2010

Terug naar België


Eind goed, alles goed

Uiteindelijk hebben ook mooie liedjes een eind, jammer genoeg.
Dat einde is bij ons een langgerekt verhaal geworden.
De zaterdagmorgen verlieten we gezwind ons hotel in hartje Auckland om naar de luchthaven te rijden en ons vinnig Mazda’tje in te leveren. Geholpen door het luwe zaterdagverkeer, klaarden we die klus op een half uur (in het hotel zei men dat we op een uur moesten tellen!). Al even gezwind konden we inchecken, en mochten we het vlietguig naar Melbourne op.
Was Nieuw-Zeeland ons altijd (toch meestal) vriendelijk gezind geweest, met Australië was dat een ander geval. In Melbourne was er een ‘torrential downpour’ met een donderstorm om u tegen te zeggen (achteraf bleek het een mini-tornado geweest te zijn). Het gevolg was dat ons vliegtuig naar Canberra afgeleid werd (zo’n 400 km van Melbourne).
Wacht even! We moesten wel onze verbinding naar Singapore en London halen !!!!

In Canberra zaten we twee uur op de tarmac te wachten tot we het ‘all clear’ kregen om naar Melbourne door te vliegen. Tot onze grote opluchting hadden ze daar het vliegtuig naar Singapore op ons laten wachten. Vier uur na tijd zijn we dan opgestegen. Dat ‘all clear’ moet je ook met een korreltje zout nemen, want die dondertoestand was nog niet helemaal opgeklaard: onze grote kist werd flink door mekaar gerammeld door de turbulentie (ik heb nog net niet gegild). Maar verder geraakten we zonder problemen in Singapore (al in het holst van de nacht) en vandaar ging het verder naar London. Het laatste deel van de vlucht was fascinerend: van Moskou tot London was er meestal geen wolkje te zien, en dus kon je het landschap ongehinderd waarnemen. Van Rusland over Oekraïne en Polen tot over Dortmund in Duitsland was het gesneeuwd en was alles dichtgevroren. Het uitzicht was alsof je in een luchtballon over het landschap gleed, of meer mee met de tijd: alsof je door Google Earth aan het surfen was, of in een soort mini-Europe met legoblokjes aan het rondlopen was. Ik was doodmoe, maar ik kon niet ophouden met door het vliegtuigraampje te staren.
In London kwamen we 3 uur te laat aan, zodat ons vliegtuig naar Brussel ribbedebie was. De bediende aan de balie van British Airways heeft wel een half uur gefronst en gezucht en gemaild en gesurft om een alternatief te vinden! Uiteindelijk hebben we nog eens 5 uur mogen wachten in de indrukwekkende terminal 5 van Heathrow om de eindmeet te bereiken. Al bij al zijn we ei zo na 48 uur onderweg geweest voor we de gewijde grond van de Belgische bodem en het thuisfront mochten kussen. En ons verhaal mochten vertellen en de cadeautjes konden overhandigen en de lekkere, Belgische kost mochten verorberen. En eindelijk ons bed konden induikelen... met een zalig gevoel van ‘eind goed, al goed’.

woensdag 3 maart 2010

Cream Trip in de Bay of Islands

Cream Trip in de Bay of Islands

De host van Hawley’s B&B in Hahei had ons aangeraden om de Cream Trip in de Bay of Islands te boeken. Deze cruise volgt de originele ‘melk’route (om van alles op te halen en te bestellen) tussen de eilanden. En aangezien wij goede raad appreciëren, hebben we dat ook gedaan. Voor onze voorlaatste dag hadden we geen betere keuze kunnen maken.



Deze cruise maakt dus een boottocht door de 88 eilanden, maar gaat ook actief op zoek naar dolfijnen. Wie daarvoor kiest, mag met de dolfijnen gaan zwemmen. Wij hadden geluk: de dolfijnen kwamen ons na amper een half uurtje al vergezellen. Op dat ogenblik laat de kapitein een groot net langs de kant van de boot zakken. Wie graag met de dolfijnen gaat zwemmen, springt in dat net, en zwemt even later naar de dolfijnen toe. Zo te horen aan de commentaren, moet dat een fantastische ervaring zijn.
Daarna ging het verder naar het obligate ’hole in the rock’, waar de boot natuurlijk doorheen cruisde.

Rond de middag kwamen we aan het eiland Urupukapuka aan, waar we een wandelingetje naar een lookout over de eilanden konden maken (en dat wij natuurlijk niet konden overslaan). Het uitzicht was fenomenaal, en lokte ons de uitspraak uit dat ‘het aards paradijs zeker hier geweest moet zijn’.
Een ander merkwaardige plaats waren de Black Rocks (foto), gestolde lava, zoals in de Giants’ Causeway in Ierland, en een nieuw ongelooflijk zicht.
En als je bovendien nog het meest fantastische weer krijgt, dan besef je dat de dag niet meer stuk kan.





Daarmee zijn we zo ongeveer aan het einde van onze reis gekomen. Morgen rijden we terug naar Auckland. Op onze weg is nog een kauri-woud (heel oude reuzenbomen), en dan moeten we doorheen heel de spaghettiknoop van de snelwegen rond de stad om ons hotel te zoeken. De dag daarop stappen we het vliegtuig in voor een vlucht van 29 (!) uren, in vier etappes: Auckland - Melbourne – Singapore – London – Brussel. Met al de wachturen op diverse luchthavens zijn we zeker anderhalve dag zoet. Maar dat hebben we er graag voor over: de reis was meer dan de moeite waard, en een jetlag of twee neem je er dan wel bij!!!!

dinsdag 2 maart 2010

Van Hahei naar Paihia



Van Hahei naar Paihia is een hele lange rit: meer dan 400 km, via Auckland, met een wirwar van autostraden die ons bijna een hartaanval bezorgde. Het was pas in Whangarei dat we even bij de waterval gingen uitblazen, voor we het laatste deel van de rit naar de Bay of Islands aanvatten.

In Paihia krijg je meteen voorstellen om honderd en een activiteiten te doen. Wij kozen er uiteindelijk voor om de laatste dagen wat uit te bollen... Op de weg naar hier ontdekten we dat er in Waiomo een grot met gloeiwormen is. Aangezien dat voor beiden nog onbekend terrein was, togen we daarheen – en we waren erg onder de indruk van iets wat precies de melkweg in miniatuur leek: duizenden lichtjes in de grotwand boven ons. En wat we nog meer apprecieerden: het was geen grootse commerciële bedoening zoals op andere plaatsen hier: gewoon een familie die op een bepaald ogenblik vaststelt dat er – wie had dat ooit vermoed – een grot met gloeiwormen in hun erf ligt...

Een uurtje later waren we al op de Waitangi Treaty Grounds, de historische plaats waar de maori’s een verdrag met de Engelsen sloten. Dat konden we niet achterwege laten als we hier heel het land afgereisd hebben!

Morgen gaan we ons nog eens laten dienen, en dan maken we een boottochtje in de Bay. Als alles goed gaat, zouden we dolfijnen op onze weg moeten vinden, maar dat is voor het volgende verslag.

maandag 1 maart 2010

Coromandel



Coromandel / Hahei

Wie gedacht zou hebben dat we nu al ongeveer ‘alles’ gezien hadden, en dat er enkel herhalingen zouden volgen, heeft het mis. De westkust van Coromandel nam ons nog eens bij de hand voor een nieuwe exploratie.

In Hahei daalden we het pad af naar Cathedral Cove, een rotsformatie in de vorm van de overspanning van een kerk. Maar zoals kerken (figuurlijk) bij ons afbrokkelen, zo verliest de rots ook af en toe wat stenen. De doorgang wordt dus als heel gevaarlijk aangeduid, wat niemand (en zeker Donald niet) belet om er vrolijk door te wandelen.

Een aantal kilometer zuidelijker ligt Hot Water Beach. Daar kun je bij laagtij een putje graven om het met warm water te laten vollopen, en er dan rustig in te gaan baden. Iedereen komt dus met een spade het strand opgewandeld om zijn eigen warm bad te graven. En als ik zeg ‘warm’, dan bedoel ik ook warm. Op bepaalde punten is het overigens zo heet dat je er onmogelijk je voet in kunt houden (tenzij je hem gekookt terug wilt krijgen).

En zo ligt heel de kustlijn hier bezaaid met telkens nieuwe baaien, die al even uitnodigend zijn als de vorige. Ze vragen gewoon om bewandeld en bezwommen te worden. En als je dan nog het perfecte weer erbij krijgt, kan de pret natuurlijk niet meer op